Radio Nederland Wereldomroep

Kunst met een hoofdletter K voor een paar tientjes
Door Maurice Laparlière
06-03-2009
Luister naar een reportage van Maurice Laparlière over de veiling van BKR-stukken (5'06'')
Zoiets is nog nooit vertoond in de kunstwereld. Kunst met een hoofdletter K, te koop voor een paar tientjes. Gemeenten, musea en rijksoverheid schonen hun overvolle depots. Met duizenden tegelijk vinden de overbodige werken hun weg naar doodnormale huiskamers. Vaak tegen een fractie van de oorspronkelijke waarde.
Veilingmeester Bernhard Brinkmann keek met grote ogen naar de achterzijde van het manshoge schilderwerkwerk. ‘1972' stond er, en '12.000 gulden'. Betaald door een Nederlandse gemeente aan de maker. Het doek zou die dag de rijkscollectie verlaten. Verkocht voor krap 50 euro. Brinkmann: "Nogal een waardedaling. Je kunt vanwege de omvang nog wel zeggen dat de kunstenaar er de nodige materiaalkosten aan moet hebben gehad."
Een woeste verzameling
De opslagloods aan de rand van Nijmegen biedt plaats aan een wilde keur aan werken uit de jaren 50, 60, 70 en 80. Geschilderde dieren, abstracte diagonalen, Oud-Hollandse vergezichten, skeletten aan de lunchtafel en Mondriaan-achtige experimenten.

Twee gelukkige kopers
Het zijn relikwieën uit het beruchte BKR-tijdperk, de tijd van de Beeldende Kunstenaars Regeling. Armlastige kunstenaars verkochten hun werken aan met name gemeenten om zo in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat ging in groten getale tegelijk. Precieze cijfers zijn onbekend, maar naar schatting hangen en staan er zeker een half miljoen BKR-werken in gemeentelijke wachtkamers, museumkelders en gemeentedepots.
Frank Bergevoet van beheerder Instituut Collectie Nederland: "Weggooien mogen we ze niet, maar juridisch gesproken zouden we ze wel mogen laten verrotten in de regen. Daarom zijn we zo enorm blij met deze oplossing: een veiling waar iedereen aan mee kan doen."
Gevoeligheden
Via www.haaleenstukjemuseuminhuis.nl kan iedereen -ook buiten Nederland- bieden op zo'n tachtig nieuwe werken per week. Ieder object begint met een euro. Soms eindigt de koopprijs nauwelijks hoger, soms wordt er driftig tegen elkaar opgeboden. Brinkmann: "Neem deze oude Gispen-stoel van velours. Totaal verslaten, maar hij wordt straks opgehaald voor 350 euro.
De weg naar de veiling van nationale kunstwerken was lang en moeizaam. Vanuit artistieke kringen kwam stevig verzet. Want zo was het allemaal niet bedoeld destijds. De gemaakte kunst waren voor het algemene en niet voor particuliere huiskamers. Bovendien zou een publieke verkoop tegen lage prijzen de marktwerking verstoren en waren de objecten in enkele gevallen volstrekt niet meer representatief voor de visie van de kunstenaar. Het bleek een lastige klip voor het ICN. Bergevoet: "We hebben alle nog levende makers uitgebreid de kans gegeven aanspraak te maken op hun werk. Daarna mochten de Nederlandse musea een keuze maken. Pas daarna was de weg vrij voor deze verkoop."

Bernhard Brinkmann en Frank Bergevoet
Foto's Maurice Laparlière
Volgens Bergevoet en Brinkmann is de veiling van de eerste duizend werken pas het topje van de ijsberg. "Er bellen gemeenten die gek worden van hun bomvolle kelders. Er zullen nog vele duizenden stukken volgen. De opbrengsten van de veiling vloeien -na aftrek van kosten- naar Het Materiaalfonds. Dat verstrekt rentevrije leningen aan kunstenaars.
Buitenlandse interesse
Brinkmann signaleert Russische interesse. "Vooral op stadsgezichten wordt goed geboden vanuit Moskou. Misschien vanuit het filiaal van onze partner ING, maar wellicht ook door een handelaar. Die denkt er dan een winstje op te kunnen maken."
Ook Nederlanders buiten de landsgrenzen mogen bieden. Zo mogelijk wordt het werk in een koker verstuurd. Lukt dat niet dan dient de koper zelf te zorgen voor het transport.
Twee gelukkige kopers




Download / Print 

